Functieprofiel

Psychosociale hulpverlening is een onderdeel van erfelijkheidsadvisering. Het merendeel van de klinisch genetische centra heeft de beschikking over één of meer HBO-opgeleide agogische werkers, doorgaans maatschappelijk werkers. Het zwaartepunt van de functie van de maatschappelijk werker is gelegen in de patiëntenzorg, maar er wordt ook een bijdrage verwacht op het gebied van onderwijs en onderzoek.

Naast de eigen vakinhoudelijke deskundigheid, beschikt de maatschappelijk werker over kennis van en inzicht in de genetica (ziektebeelden, onderzoekstechnieken, overervingswijzen, psychosociale gevolgen) en over vaardigheden om deze kennis over te dragen aan anderen. De maatschappelijk werker bewerkstelligt niet alleen een meerwaarde van de counseling voor de patiënt (adviesvrager), maar ook voor de andere leden van het multidisciplinaire counselingsteam (klinisch genetici, artsen in opleiding en genetisch consulenten).

De aandacht van de maatschappelijk werker is gericht op de psychosociale consequenties van de counseling voor de adviesvrager en diens leefomgeving (gezin, familie en wijdere sociale omgeving, zoals de werksituatie). Het contact met de cliënt komt dikwijls op verwijzing van de arts of genetisch consulent tot stand, maar de adviesvrager neemt soms ook zelf het initiatief. In specifieke situaties gebeurt dit op basis van afgesproken procedures.

 Zie verder: Functieprofiel “maatschappelijk werker binnen de klinische genetica”